Deel 1 — Schimmeldoders: De Cleaners en hun veiligheid
Schimmeldoders, vaak “Cleaners” genoemd,  vallen in de praktijk onder de bredere groep biociden: middelen die organismen zoals bacteriĂ«n, algen en schimmels doden, afremmen of onschadelijk maken. In de Europese Unie mogen biociden niet zomaar op de markt worden gebracht of gebruikt; daarvoor geldt een toelatingssysteem onder de Biocidal Products Regulation. Dat is relevant, omdat de werkzaamheid Ă©n de risico’s voor mens en milieu per werkzame stof en per formulering sterk kunnen verschillen. (Bron: EUR-Lex)
Voor de gebruiker is het belangrijkste veiligheidsprincipe eenvoudig: behandel een schimmeldoder niet als “gewoon schoonmaakmiddel”. Het RIVM benadrukt dat biociden stoffen kunnen bevatten die schadelijk zijn voor mens, planten en dieren, en dat daarom toelating en risicobeoordeling nodig zijn. (Bron: RIVM) De PBM’s worden vastgesteld op basis van CLP = Classification, Labelling and Packaging (In het Nederlands: indeling, etikettering en verpakking van chemische stoffen en mengsels).
Persoonlijke beschermingsmiddelen
Bij het verwijderen van schimmel is blootstelling dubbel: aan de schimmel zelf én aan het middel. Daarom is persoonlijke bescherming geen detail, maar een basismaatregel. Gezondheidsrichtlijnen noemen doorgaans beschermende handschoenen, oogbescherming en een FFP2 mondkapje.
In een Nederlandse of Europese context vertaalt zich dat praktisch meestal naar: chemisch bestendige handschoenen (vaak nitril), een goed aansluitende veiligheidsbril, en bij spuitnevel, aerosolvorming of intensieve reiniging een P2/FFP2- of vergelijkbare adembescherming, mits passend bij het etiket en veiligheidsinformatieblad van het product.
De exacte PBM-keuze hoort uiteindelijk te volgen uit het etiket en de veiligheidsinformatie van het middel, omdat die productspecifiek zijn. ECHA maakt ook in de biocidenbeoordeling expliciet ruimte voor PBM wanneer blootstelling niet voldoende op andere wijze kan worden beperkt. (Bron: ECHA)
Dit is voor een verdunde versie, conform de CLP-regelgeving, vaak echter totaal anders.
Als voorbeeld – de Inducoat Cleaner. Bij de voorgeschreven verdunning van 1 deel Cleaner en 10 delen water, komt het eindmengsel op basis van het VIB uitkomt op 0,455–0,909% van de corrosieve quat, en blijft daarmee onder 1%.  Op basis van de CLP-regels betekent dit:
Belangrijke gebruiksregels
- De veiligheid van Inducoat Cleaner
- Zijn schimmeldoders biologisch afbreekbaar?
- Hoe zit dat voor de Inducoat Cleaner?
- Conclusie
Inducoat Cleaner is een schimmeldoder/reiniger die wordt ingezet als voorbehandeling op minerale ondergronden zoals metselwerk, pleisterwerk en beton, zowel binnen als buiten. Het productblad beschrijft het als een waterverdunbare cleaner op basis van een quaternaire ammoniumverbinding, met toelatingsnummer
12981N. In de openbare CTGB-publicatie over toegelaten biociden komt dat toelatingsnummer ook terug bij Inducoat Cleaner.Â
Praktisch gezien is Inducoat Cleaner bedoeld als onderdeel van een systeemaanpak. Het productblad adviseert verdunningen van 1:10 bij zware schimmel- of algengroei en 1:20 bij lichtere aantasting of poreuze oppervlakken. Het oppervlak moet ruim bevochtigd worden, minimaal vijf minuten nat blijven en daarna
minimaal 24 uur inwerken.Â
Het product geeft in verdunde vorm een vrij mild beeld: het product wordt omschreven als geurarm, biologisch afbreekbaar, vrij van metaalverbindingen, met een pH van circa 7 en als niet ontvlambaar. Dat zijn relevante pluspunten voor de praktijk, vooral in woningen of andere binnenruimten waar een zware chloorlucht ongewenst is.Â
Toch is het veiligheidsbeeld nadrukkelijk niet belangrijk. Het officiële veiligheidsinformatieblad classificeert de onverdunde Inducoat Cleaner met H314 (“veroorzaakt ernstige brandwonden en oogletsel”) en H410 (“zeer giftig voor in het water levende organismen, met langdurige gevolgen”). Met andere woorden: voor de gebruiker kan het product functioneel en geurarm zijn, maar het blijft een biocide dat zorgvuldig moet worden behandeld. (Bron: Inducoat)
Dit is voor de verdunde versie, conform de CLP-regelgeving, echter totaal anders. Bij de voorgeschreven verdunning van 1 deel Cleaner en 10 delen water, komt het eindmengsel op basis van het VIB uitkomt op 0,455–0,909% van de corrosieve quat, en blijft daarmee onder 1%. Op basis van de generieke CLP-regels betekent dit:
– GEEN Â H314
– GEEN Â H315
– GEEN Â H318
– GEEN Â H319
Het mengsel is op basis van de berekende verdunning niet meer corrosief voor huid en ogen, maar kan in de praktijk nog steeds licht irriterend werken bij contact, vooral
bij langdurige of herhaalde blootstelling.
Dit is een praktische voorzichtigheidsopmerking en geen extra formele CLP-classificatie op basis van de hier gebruikte generieke rekenmethode.
Dat betekent in de praktijk dat de volgende persoonlijke beschermingsmiddelen voor het verdunde preparaat voldoende zijn:
> Veiligheidsbril
> Handschoentje
> FFP2-mondkapje
In de praktijk moet men voorzichtig zijn met groene claims. Dat een middel “biologisch afbreekbaar” is, betekent niet automatisch dat het milieuneutraal is. En dat een middel werkzaam is tegen schimmel, betekent evenmin dat restanten veilig in het milieu kunnen verdwijnen. Voor professionele of projectmatige toepassing hoort men daarom te kijken naar productclassificatie,
afvalverwerking, lozingsbeperkingen en eventuele milieugevaren voor oppervlaktewater.
Een interessant punt is de claim dat het product biologisch afbreekbaar is. Die claim staat expliciet in het productblad. Tegelijk laat het veiligheidsblad zien dat het product in onverdunde vorm milieugevaarlijk blijft en langdurige schade in het aquatisch milieu kan veroorzaken.
Dat lijkt tegenstrijdig, maar is het technisch niet.Â
Met biologisch afbreekbaar bij de Inducoat Cleaner wordt bedoeld dat de werkzame bestanddelen na gebruik door micro-organismen in het milieu kunnen worden afgebroken tot eenvoudigere stoffen.
Concreet betekent dat het product niet onbeperkt aanwezig in het milieu blijft. Het is ontworpen om na verloop van tijd af te breken.
Dat laatste is belangrijk: biologisch afbreekbaar is niet hetzelfde als milieuneutraal of ongevaarlijk. Ook een biologisch afbreekbaar reinigings- of biocideproduct kan tijdens gebruik nog steeds instructies, dosering en veilige afvoer vereisen. Denk ingeval van de Cleaner dus vooral aan de verdunning.
De veiligheid van Inducoat Cleaner is genuanceerd. Het product heeft duidelijke praktische voordelen: het is geurarm, niet ontvlambaar, waterverdunbaar en bedoeld als effectieve voorbehandeling tegen schimmel en algen. Maar dat betekent niet dat het een mild huishoudmiddel is. En de sleutel ligt bij de verdunning.
De juiste samenvatting is daarom: relatief prettig in gebruik – zeker in vergelijking met agressieve alternatieven! – maar chemisch nog steeds een product dat professioneel behandeld moet worden.
